Inloggen

Inloggen

Wat is Degeneratieve Myelopathie?

Degeneratieve Myelopathie (DM) is een erfelijke verlammingsziekte die bij veel hondenrassen voorkomt, vooral bij de Duitse herder en de Welsh Corgi Pembroke, maar ook bij andere rassen zoals de Saarlooswolfhond. Door een defect gen sterven de zenuwen in het ruggenmerg af. De beschermlaag (myeline) wordt afgebroken waarin de zenuwen liggen. In het eindstadium van de ziekte is dit helemaal verdwenen. De hond is dan ernstig verlamd, wordt incontinent en kan niet meer zelfstandig lopen. De hond heeft geen pijn.

De ziekte vererft zoals bij dwerggroei en PRA, dat wil zeggen dat twee dragers (die zelf geen ziekteverschijnselen hebben) een lijder kunnen voortbrengen. Een lijder krijgt de ziekte pas rond het 9e à 10e levensjaar, soms zelfs nog later. Het hoeft niet altijd zo te zijn dat een gediagnosticeerd lijder ook daadwerkelijk de ziekteverschijnselen krijgt. In ieder geval heeft een lijder een verhoogd risico. De ziekte begint in de achterhand, die steeds slapper wordt. De hond begint wat te waggelen en met een achterpoot te slepen, later met beide achterpoten. Dit proces kan een paar maanden tot anderhalf jaar duren. De hond heeft geen pijn. Door het slepen met de achterpoten slijten de teennagels snel. Hierdoor kunnen vervelende infecties ontstaan. Om dit tegen te gaan kunnen de poten worden getaped en moet een goede voethygiëne steeds in acht worden genomen. In een later stadium van de ziekte worden vitale organen aangetast. De dood is dan niet meer ver weg.

Heet hangijzer

Momenteel is DM een veel besproken onderwerp binnen veel rassen, echter is gebleken dat het percentage dat de ziekte krijgt op een leeftijd van ca. 12 jaar zeer gering is. Er is een DNA test beschikbaar op de markt. Maar deze DNA test kan slechts een verhoogd risico voorspellen en met de laatste ontwikkelingen blijkt zelfs dat de zogenoemde vrije honden ook de ziekte kunnen krijgen. Uit twee vrije ouders zou geen drager of lijder geboren kunnen worden. Helaas is het niet uitgesloten dat zelfs de vrije hond DM niet zou kunnen ontwikkelen. Daarom is het verstandig om de DNA test niet mee te laten spelen in de selectie ouderdieren. Het zou wellicht dan zorgen voor een sterke inteelt binnen het ras wat het ras niet te goede zal komen.  

De test moet geldig zijn voor het ras. Dat betekent dat de mutatie ooit aangetroffen moet zijn in het ras. Als je gezondheid voorop hebt staan, sluit je dus geen dragers uit en in een ras met een kleine genenbasis ook de lijders niet. Dragers zijn gezond, als zij DM-verschijnselen krijgen op latere leeftijd is dit niet door dat ene aangetaste gen, uitsluiten op basis van dragerschap (in DM en andere ziektes die autosomaal reccesief vererfen) is je genenvariatie onnodig verkleinen en daarmee wordt het ras écht niet gezonder. Streven naar vrije pups is een mooi doel maar dat doe je niet in een enkele generatie. Testen is weten en op die manier vooruitgang boeken is fijn maar vooruitgang boek je niet door zoveel dieren uit te sluiten. Deze discussie is en wordt zo ontzettend vaak gevoerd, in meerdere rassen en voor meerdere ziektes, het waanbeeld dat een ras gezonder wordt door alles maar uit te sluiten blijft blijkbaar erg aantrekkelijk. Sluiten we het ene uit, dan komt daar weer een ander gezondheidsprobleem voor in de plaats.

In juli 2008 is aan de Universiteit van Missouri in de Verenigde Staten het gemuteerde SOD1-gen gevonden. Een jaar later, in augustus 2009, traceerde het Van Haeringen Laboratorium dit SOD1-gen in het DNA van een Saarlooswolfhond die leed aan DM. Saarlooswolfhonden konden vanaf dat moment getest worden op de aanwezigheid van dit gen. Nu kan een fokker of eigenaar dus weten of zijn hond lijder, drager of vrij is van deze ziekte. De juiste diagnose kan nu snel worden gesteld met een DNA analyse. MAAR…. Er wordt zelfs getwijfeld of er meerdere erfelijke varianten bestaan, dus meer dan het ene genenpaar waar nu op getest kan worden.  

De diagnose van DM gebeurt door middel van eliminatie…. Als het ziekte 1,2, of 3 (spondylose, lumbo sacrale instabiliteit en cauda equina) niet is dan zal het misschien wel DM zijn? Er wordt dan snel een etiket geplakt: uw hond heeft DM want al die andere ziektes waren het niet…. DM kan echter alleen definitief te diagnosticeren zijn door middel van een autopsie.

DM wordt complex vererfd op meerdere allelen. De genetische basis blijkt per ras te verschillen. Dit maakt dat een universele DM test niet valide blijkt en kan zijn. Want het schuldige gen die bij de Saarlooswolfhond verantwoordelijk is voor DM, kan zich bij de collie op een geheel ander allel bevinden. Bij het bloedonderzoek welke wordt gebruikt kan slechts op 1 van de schuldige genen worden getest. Honden die via een DNA test positief testen en dus lijder zouden moeten zijn, blijken tot op hoge leeftijd klinisch geen verschijnselen te hebben. Dit blijkt bij slechts 5,6 % het geval te zijn. Ook het omgekeerde komt voor. Honden die klinische verschijnselen hebben van DM blijken door middel van de DNA test vrij te zijn van de afwijking.

Er zijn diverse verenigingen voorgegaan in het onderwerp dat hier besproken wordt. Of het nu de Duitse Herder is, de Welsh Corgi, de Hovawart, de Boxer of een ander ras. Allen zijn ze het erover eens dat testen op DM moet worden afgeraden. Daarnaast zijn onderzoeksresultaten die wel bekend zijn betreft de collie, veelal cijfers uit Amerika. Niet te staven met de werkelijke populatie die in Europa aanwezig is op een enkele Amerikaanse collie na. Dit zijn twee verschillende populaties waarbij zelfs onderling verschil zou kunnen zitten qua verantwoordelijk gen.

Als voorbeeld geven we hierbij de grootste RZV Hovawart vereniging: zij raden, ondanks hun strikte beleid inzake gezondheid, de test ten zeerste af. Met betrekking tot DM en de huidige DM-test is in opdracht van de Duitse Hovawartrasvereniging de RZV wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd om de validiteit van de DM-test te toetsen.

Vanuit een representatieve steekproef zijn 100 bloedmonsters volgens de bestaande methode (SOD1) getest op DM. Uitslag volgens de bloedtest: 10 lijders; 45 dragers en 45 vrij.
Deze 100 inmiddels al op oudere leeftijd overleden honden zijn tevens gescreend via de database waarbij gekeken is naar overlijdensoorzaak en ondervonden ziektes. Van de 10 honden die volgens de bloedtest lijder hadden moeten zijn had er maar 1 symptomen die op DM zouden kunnen duiden. De resterende 9 van de 10 honden die vanuit de bloedtest als lijder zijn aangemerkt hebben geen enkel symptoom gehad wat op DM kan duiden.
Hiernaast zijn in de steekproef wel 9 andere honden gevonden die wel symptomen hadden welke op DM zouden kunnen duiden, maar welke NIET via de bloedtest als lijder zijn gekomen. (Het is echter niet gezegd dat deze honden dan ook daadwerkelijk DM hadden omdat dit alleen na sectie is vast te stellen).
Hiermee is dus helaas duidelijk en wetenschappelijk via de RZV, aangetoond dat de huidige DM-test absoluut niet betrouwbaar is en er geen voorspellende waarde aan gehecht kan worden.

Onterechte fokuitsluiting

Inzetten van de test heeft duidelijk een onterechte fokuitsluiting ten gevolg binnen de populatie. Het inzetten van deze test heeft een genenbeperking tot gevolg welke niet positief is voor de gehele populatie en kan derhalve tot groot en onomkeerbaar genenverlies leiden met alle (gezondheids-) gevolgen van dien. 

Bij het fokken moet een balans worden gezocht tussen gedrag, gezondheid en exterieur. Zodra men op 1 element gaat selecteren of verplicht is te selecteren moet je als fokker op de andere 2 elementen inleveren, welke absoluut niet gunstig is voor de totaliteit van het ras. Bij ieder levend wezen zijn genetisch enkele tientallen aandoeningen verankerd. Hierdoor is het onmogelijk om op alle mogelijke aandoeningen te selecteren. Dit zou de breedte van de populatie ernstig schaden. Een dramatische beperking van de genenpool ontstaat en inteeltverschijnselen kunnen afbreuk gaan doen aan de kwaliteit van het totale ras. Een onverstandige maatregel. Daarnaast is de Collie een levend wezen dat, evenals alle andere levende wezens, getroffen kan worden door een lichamelijke aandoening.

Je kunt in de fokkerij niet één gen uitsluiten in een populatie, je zult de hele hond moeten uitsluiten van de fok met alle genen die hij bezit. Selectie in de fokkerij vereist variabelen om inteelt en fokfouten te voorkomen. DNA testen gebruiken om zieke genen uit te roeien maken het ras niet gezonder. Het ras verliest elke generatie genen door selectie of bij toeval tot dat de genenpoel niet voldoende meer kan voorzien in het fokken van een gezonde hond. De individuele gezondheid van een hond kan niet verbeterd worden door op 1 gen te fokken. Gezond verstand en verstand van het ras zijn belangrijker om de populatie gezond te houden.

Mailwisseling van Haeringen instituut

Uit onderstaande mailwisseling met het Dr. Van Haeringen Laboratorium (medio 2015), geeft zij ook aan dat de uitslag van een DNA-test geen garantie is.  De DM marker is qua herkomst afkomstig van de Saarloos Wolfhond. Bij andere rassen ligt de schuldige marker op andere allelen dan zoals bij de Saarloos geconstateerd is. We zijn dus op een punt beland waar we appels met peren gaan vergelijken.

Het is niet eenvoudig om te bepalen hoe betrouwbaar een bepaalde test voor een bepaald ras is. Deze betrouwbaarheid wordt bepaald door validatie door de wetenschap en aangetoonde mutaties in andere rassen.

Op onze website geven wij enkel een test voor een bepaald ras aan indien deze wetenschappelijk gepubliceerd is of omdat de mutatie in dit ras vastgesteld is door een laboratorium. Zie ook onderstaande informatie over deze onderwerpen.

· Validatie door de wetenschap:
De wetenschap koppelt variatie in het DNA aan ziektebeelden/kenmerken. Door vergelijking van de symptomen van een ziekte/kenmerk met variatie in het DNA wordt een diagnostische test bewezen. Dit leidt normaal gesproken tot publicatie in een wetenschappelijk artikel. Vaak zijn deze artikelen gebaseerd op een enkel ras.

· Mutaties in andere rassen.
Mutaties die beschreven en gevalideerd zijn in één ras kunnen ook voorkomen in andere rassen. Vaak wordt dit niet meer gepubliceerd in wetenschappelijke artikelen. Het voorkomen van deze mutaties in andere rassen wordt vastgesteld door laboratoria die de testen uitvoeren.

· Conclusies
Wanneer de uitslag van een DNA-test aangeeft dat een dier geen drager is van een mutatie is dit geen garantie dat dit dier de ziekte of het kenmerk nooit zal ontwikkelen op basis van nog onbekende variatie in het DNA.
Wanneer de uitslag van een DNA-test aangeeft dat een dier drager of lijder is van een mutatie is dit normaal gesproken de basis om aan te nemen dat een dier de ziekte of het kenmerk zal ontwikkelen.

De eigenaar beslist of hij/zij een test uit wil laten voeren o.b.v. bovenstaande criteria.

Met vriendelijke groeten,

Administratie & Rapportage Team

Dr. Van Haeringen Laboratorium B.V.
P.O. Box 408
6700 AK Wageningen
Tel +31 317 416 402
Fax +31 317 426 117

Uiteraard staat het voor iedereen vrij om te testen en iedereen moet naar eigen goeddunken handelen. Adverteren van fokkers met "DM-vrije" ouders en dus impliceren dat er alleen "DM-vrije" pups geboren worden is zelfs risicovol en daarnaast misleidend. Mocht een pup de afwijking krijgen (en dat is helaas niet uitgesloten), dan hebben de pupeigenaren grond voor een rechtszaak en wellicht recht op een aanzienlijke schadevergoeding van de fokker. Wanneer de vereniging in dit geval de fokkers zou verplichten de test af te moeten nemen is de vraag welke consequenties en de te nemen verantwoordelijkheid de vereniging hierin heeft. Als de vereniging gaat verplichten het onderzoek te doen, dan mag zij ook de gerechtskosten hiervan dragen, toch?
Nog een grond van ongerustheid is het (wellicht foutief) etiket dat een potentieel ouderdier krijgt.

Een kleine kanttekening tot slot: Er is nergens een wetenschappelijke publicatie te vinden waarin de huidige DM-test valide wordt verklaard voor alle hondenrassen.