ECVO oogonderzoek

- Extra aanvulling op het ECVO oogonderzoek per augustus 2016 te vinden bij downloads - 

Honden met stamboom die worden ingezet in de fokkerij dienen te worden onderzocht door een ECVO gespecialiseerde oogarts. Het formulier waar de uitslag op staat wordt hier nader toegelicht zodat het voor een ieder begrijpelijk is. Waar moet je bijvoorbeeld op letten als je een nest wilt fokken met honden die getest zijn? Voor de Collie geldt dat allebei de ouderdieren voordat deze worden ingezet voor de fok getest dienen te zijn op PRA en CEA. Het PRA onderzoek dient na de leeftijd van 5 jaar te worden herhaald indien deze alleen optisch (=ECVO) is gedaan en niet middels DNA onderzoek.

Bij een ECVO-oogonderzoek wordt de hond onderzocht op de aanwezigheid van een groot aantal erfelijke oogziekten. Het onderzoek verschaft dus geen informatie over de mogelijke aanleg, die de hond heeft om een oogziekte te vererven.

Hoe gaat zo’n onderzoek in zijn werk?

U wordt door de oogspecialist verzocht een kopie van de stamboom van de hond op te sturen of mee te nemen. Bij pups wordt u verzocht het stamboomformulier (hiermee kunnen de stambomen worden aangevraagd) en een set chipstrips mee te nemen. Als eigenaar ondertekent u het onderzoeksformulier, waarmee aangegeven wordt om welke hond het gaat en dat de uitslag naar de rasvereniging gaat (alleen indien de rasvereniging hiervoor een convenant met de Raad van Beheer heeft). De ogen van de hond worden gedruppeld om de pupil te verwijden. Dat proces duurt 15-30 minuten. Voor sommige oogonderzoeken worden de ogen ook al voor het druppelen onderzocht (bijv. voor MPP-onderzoek). Van het druppelen van de ogen heeft de hond weinig tot geen hinder (soms kan de hond wat lichtschuw of misselijk worden). De oogspecialist kijkt met speciale apparatuur in de ogen van de hond en kan daarbij afwijkingen vaststellen.

De uitslag van het oogonderzoek

Mogelijke uitslagen:

  • Vrij:  De hond vertoont op dit moment geen afwijkingen. De uitslag blijft voor fokdieren 5 jaar geldig voor PRA en voor het CEA onderzoek is een eenmalig onderzoek afdoende.
  • Onbeslist: De hond vertoont zeer geringe afwijkingen, die bij een klinisch beeld kunnen passen, maar onvoldoende  specifiek zijn. Dit komt voor bij o.a. Retina Dysplasie.
  • Voorlopig niet vrij: De hond vertoont geringe afwijkingen, die passen in een klinisch beeld van een erfelijke oogziekte, maar het is niet helemaal duidelijk of de hond die ziekte ook werkelijk heeft. Om die reden moet de hond na 6-12 maanden opnieuw gecontroleerd worden. Totdat bij een nieuw onderzoek duidelijk wordt of de hond vrij is van die erfelijke oogafwijking, mag er met de hond alleen gefokt worden indien de andere ouder vrij is gegeven. Voorzichtigheid is geboden met de ouders van de hond, want die kunnen natuurlijk drager zijn.
  • Niet vrij: De hond vertoont de klinische symptomen van een erfelijk oogziekte.Of er met zo’n hond gefokt kan worden ligt aan de ernst van de afwijking, het aantal honden van het betreffende ras, het beleid van de rasvereniging enz.

Wat gebeurt er met de uitslagen? 

Het onderzoeksformulier bestaat uit een aantal kopieën. U krijgt zelf het witte formulier. De blauwe kopie is voor uw oogspecialist. Er is ook nog een geel formulier, dat vroeger naar de rasvereniging werd gestuurd, maar nu door de eigenaar zelf naar het secretariaat van de rasvereniging moet worden gestuurd.

Een lijst met oogspecialisten van de ECVO (European College of Veterinary Ophthalmologists) vindt u op de website van de Raad van Beheer. Indien het onderzoek in het buitenland wordt gedaan is het een vereiste dat de oogspecialist een zg. diplomat is of in ieder geval gemachtigd is (door opleiding en gebruik van de juiste ECVO onderzoeksformulieren) het onderzoek uit te voeren.

Panel

U kunt (bijv. indien u twijfelt aan de uitslag) uw hond ook nog laten onderzoeken door een ECVO-panel. De uitslag van dit panel-onderzoek is wel definitief. Tot er een panel-onderzoek is gedaan, blijft de meest negatieve uitslag staan. Ook van het panel-onderzoek vindt u op de website van de Raad van Beheer meer informatie.

Wat staat er op het formulier:

  1. Gegevens van de hond
  2. Gegevens van de eigenaar
  3. Gegevens voor het onderzoek
  4. Veld waar afwijkingen ingetekend worden en eventuele bijschriften.
  5. Onderzoeksresultaten
  6. Gegevens van de oog specialist

ECVO formulier

De voorwaarden om te mogen fokken staan beschreven in het Vereniging Fokreglement, te vinden bij de downloads. Het advies overzicht betreft collies (Engelstalig) van ECVO kun je daar ook vinden.

Deel 5 van het formulier; enkele punten nader bespoken:

4. Retina (netvlies) degeneratie:

RD is een aangeboren en erfelijke netvlies-/vaatvliesafwijking, die kan variëren van, in de lichtste gevallen onbeduidende kleine locale plooitjes in de retina (netvlies), in de middenvorm met grotere plooien of locale loslatingen met later retinadegeneratie (verval), tot de ernstige vormen met grote plooien of totale retinaloslating.

Wat zijn de verschijnselen?

De vorm met de locale retina plooitjes veroorzaakt geen merkbare oogproblemen voor het dier. Deze vorm wordt als focale vorm aangemerkt op het rapport oogonderzoek formulier. Kleine plooitjes kunnen in de loop van de eerste levensmaanden soms nog verstrijken. Helaas zijn er ook gevallen bekend, waarbij zij pas na de eerste puppie screening moeten zijn ontstaan. Of deze gevallen ook onder de erfelijke vorm moeten worden geschaard, is nog niet duidelijk. De afwijking is bij een aantal rassen bekend (bijvoorbeeld: Am. C. Spaniël, Collies, Rottweiler, Beagle, Labrador Retriever, Noors boskat). De middelgradige of geografische vorm van RD kan gezichtsuitval van kleine gebiedjes van de retina veroorzaken. Dit is aan de hond echter vrijwel niet te merken. Pas in het eindstadium kunnen de honden verlies van gezichtsvermogen gaan vertonen. Deze vorm komt voor bijvoorbeeld bij de Engelse Springer Spaniël voor.

De ernstige of totale vorm met grote plooien of totale retinaloslating. Deze ernstig vorm is beschreven bij de Bedlington-, Sealyham-, en Yorkshire Terriër en de Labrador Retriever (bij dit laatste ras in combinatie met skelet afwijkingen). Hierbij worden, in het algemeen beiderzijdse, grote tot totale netvliesloslatingen gevonden, soms in combinatie met cataract en er treedt wel een ernstige vermindering van het gezichtsvermogen of totale blindheid op.

Wat is er aan te doen?

In principe is retina-vastzetting door middel van "vastlaseren" of "vriezen" soms nog mogelijk. Dit is echter alleen zinvol als het netvlies nog niet geheel losligt.

Wat is de oorzaak?

De midden en de ernstige vorm van RD worden waarschijnlijk veroorzaakt door een autosomaal recessief overervend defect. De lichtste vorm zou recessief overerven, hierover is echter minder bekend.

Hoe kan het worden voorkomen?

Daar er bij de lichtste vorm vooralsnog geen afwijkingen in het gezichtsvermogen zijn geconstateerd, worden in het algemeen geen fokbeperkingen geadviseerd, behalve bij rassen waarbij de ernstiger vormen ook bekend zijn. De gevallen worden echter altijd wel geregistreerd. Dieren met de midden-, of geografische vorm van RD en zeker die met de ernstige vorm kunnen beter van de fokkerij worden uitgesloten. Ook directe familieleden kunnen beter niet worden gebruikt.

Dr. F.C. Stades, Dierenarts, specialist oogheelkunde, Diplomate ECVO

6. Colly eye Anomaly:

aangeboren: komt vooral bij de Schotse Herdershond en de Shetland Sheepdog voor. Het is een afwijking waarbij het netvlies, het vaatvlies en de oogzenuw betrokken kan zijn. De ernst van de afwijking bepaalt de mate waarin het gezichtsvermogen is aangetast.

11. Entropion/ Trichiasis:

Entropion: is een afwijking waarbij het ooglid naar binnen krult. Zowel in het gehele onderooglid, delen daarvan, het bovenooglid of binnenooghoek kan Entropion voorkomen. Entropion komt bij veel rassen voor.

Trichiasis: zijn haren die zich op een normale plaats bevinden maar die door een afwijkende stand de bindvliezen en/of het hoornvlies irriteren. Komt vooral voor bij de neusplooi en bij het buitendeel van het bovenooglid.

12. Ectropion/ Mecroblepharon:

het naar buiten openhangen van de onderste oogleden, (bv. bij Bloedhond), het rode slijmvlies is dan goed zichtbaar.

13. Distichiasis/Ectopische Cilie:

Distichiasis: enkele of vele haartjes op de vrije ooglidrand, ze komen doorheen de openingen van de kliertjes van Meibomius, deze haartjes kunnen fijn en zacht zijn (zoals bijvoorbeeld bij Cockers) en veroorzaken dan geen irritatie; zijn de haartjes stug (zoals bijvoorbeeld bij Flatcoated Retriever) dan kan beschadiging van het hoornvlies optreden.

Ectopische Cilie: hierbij bevinden zich 1 of meer haartjes in een kliertje van Meibomius, maar dit haar komt niet door de opening op de ooglidrand zelf naar buiten , maar wel doorheen het slijmvlies van het ooglid, en daardoor beschadigt dit haar het hoornvlies, de ectopische cilie bevindt zich meestal in het midden van het bovenooglid.

14. Cornea Dystrophie:

Bij deze aandoening wordt het hoornvlies (= cornea) troebel door het ontstaan van neerslagen, meestal centraal op het hoornvlies Je ziet dan in het midden een dof plekje Uw hond heeft verder geen last van zo'n dof plekje Meestal wordt geadviseerd wat aanpassingen te doen in de voeding van uw hond.

15. Cataract (Niet Congenitaal):

Dit is jeugdstaar, in de lens zijn troebelingen aanwezig, dat kunnen kleine troebele plekjes zijn die lange tijd stabiel zijn en niet of nauwelijks een vermindering van het gezichtsvermogen geven. Maar ze kunnen ook in ernstige mate voorkomen en/of uitbreiden en daarbij blindheid van het aangetaste oog veroorzaken. Cataract kan aan één oog voorkomen, of beiderzijds. Het komt bij veel rassen voor. De term jeugdstaar is wat misleidend. Bij veel rassen treedt het op in de eerste levensjaren, maar het kan ook nog op latere leeftijd optreden. Het onderscheid met het normale verouderingsproces van de lens (de bekende blauwe waas bij oudere honden) is meestal goed te maken.

Later ontstane cataract heet “niet congenitaal”.

Specifieke locatie:

Corticaal: in de schors

Posterior polair: achterste pool (dit is voor 95% - 99% erfelijk)

Ant. Sut. L. voorste verbindingslijn van de lensvezels

Punctata: puntvormig (onafhankelijk van de plaats)

Nucleus: in de kern

17. Retina Degeneratie (PRA):

Collies met PRA mogen niet worden ingezet in het fokprogramma!

Dit is een netvliesafwijking die bij veel rassen voorkomt en tot blindheid leidt. Het begint meestal met slecht zien in het donker (nachtblindheid) en leidt uiteindelijk na enkele jaren tot volledige blindheid. Voor PRA bestaat geen behandeling. PRA ontwikkelt zich bij veel rassen pas na het derde of vierde levensjaar. Voor die tijd is er aan de hond niets te merken en bij het oogonderzoek ook niet te zien. Voor een aantal rassen bestaat er nu een DNA-test, waardoor bij pups al is vast te stellen of de hond genetisch vrij is of dat er een kans is op dragerschap of lijderschap. De verwachting is dat deze ontwikkelingen de komende jaren zullen doorgaan, waardoor het voor vele rassen mogelijk zal zijn PRA door middel van DNA-technieken op te sporen.

 Mocht u op een formulier iets tegenkomen wat is aangekruist als voorlopig niet vrij of niet vrij , vraag dan eerst bij de rasvereniging of het verstandig is om met deze hond te fokken.

Leden login

bezoekers

116963