onze prille historie

artikel gepubliceerd in het NCC Clubblad 2015-1

Colliemensen staan in Nederland bekend als een “roerig volkje”. Zo begint een artikel van wijlen Toka Briët in het eerste Handboek dat door S.H.V. de Collieclub ter gelegenheid van het 15 jarig bestaan van de vereniging werd uitgegeven.

In het artikel gaat ze in op de reden van ontstaan van de vereniging, namelijk de “typestrijd”  waardoor de toenmalige Nederlandse  Collie Club moest capituleren tegenover de voorvechters van het Engelse type .

Tijdens en net na de Tweede Wereldoorlog lagen de kynologische activiteiten nagenoeg stil. Maar vanaf 1948 tot 1960 komt de fokkerij van de langhaar collies langzaam aan weer op gang. Uit tentoonstellingscatalogi uit die tijd valt op te maken dat er een constante lijn wordt gevolgd. Dat kan haast ook niet anders want telkens worden dezelfde keurmeesters uitgenodigd, buitenlandse keurmeesters worden niet uitgenodigd zodat er geen vergelijk is of de Nederlandse collie voldoet aan de internationale norm. Steeds dezelfde collies veroveren de Kampioenschapsprijs. En als dan ook nog blijkt dat er in een bepaalde kennel alleen maar met Nederlandse Kampioenen wordt gefokt dan mag duidelijk zijn dat er in Nederland sprake is van de “Hollandse collie”.

In de beginjaren ’60 begint een aantal fokkers zich zorgen te maken over de manier waarop de Nederlandse collie steeds meer gaat afwijken van de Engelse collie en de import collies die inmiddels in ons land aanwezig zijn. Uiteindelijk gaan steeds meer fokkers met Engelse honden fokken.

Voor en tegenstanders van het Engelse type verklaren elkaar min of meer de oorlog. Er ontstaat zelfs een afscheidingsbeweging binnen de NCC; in 1963 is er een groep dissidenten die zichzelf  “de naam “Schotse Herdershonden Vereniging” noemt. In die tijd kon er nog maar één rasvereniging per ras bestaan en zag de Raad zich gedwongen partij te kiezen, iets waar ze helemaal niet blij mee was. Uiteindelijk kiest de Raad partij en moedigt keurmeesters aan om in Engeland te gaan kijken hoe daar de ras standaard werd geïnterpreteerd. Een aantal keurmeesters heeft aan dat verzoek gevolg gegeven.

Maar uiteindelijk barst toch de bom. Voorde KCM van 1964 werden twee keurmeesters uitgenodigd, een aanhanger van het Engelse type en een van de Hollandse collie. Men had echter verzuimd om op het inschrijfformulier te vermelden wie wat keurde. Er ontstonden moeilijkheden bij de inschrijving en bij de toegang tot de show. De Raad kon niets anders doen dan, op grond van onregelmatigheden, bij deze show, de erkenning van de NCC intrekken. De zaak is zelfs voor de burgerlijke rechter voor geweest die de Raad en daarmee de aanhangers van het Engelse type in het gelijk stelde.

Bron: artikel De Colliefok in Nederland van Toka Briët.

Uitgerekend in het 50- jarig jubileumjaar van S.H.V. “De Collieclub” ontstaat er weer een scheuring. Onder de oppervlakte broeide al een tijdje een gevoel van ongenoegen tussen de aanhangers van de Engelse rasstandaard enerzijds en de liefhebbers van de Amerikaanse collie anderzijds. De fokkers en eigenaren van de Amerikaanse lijnen  kunnen of willen niet erkennen dat er sprake is van twee verschillende rassen en vinden dan ook dat de rassen, zonder problemen, onderling gekruist kunnen worden. De aanhangers van de Engelse rasstandaard, de volgens de FCI norm geldende rasstandaard voor de Schotse Herder langhaar, zien dit begrijpelijkerwijs niet zitten.

Uiteindelijk zijn het de hautaine houding  en het onbegrijpelijke handelen van het bestuur van S.H.V. “De Collieclub”, die toch als eerst aangewezenen de Statuten en dan met name artikel 2 ten volle zouden moeten onderschrijven, de redenen waarom de aanhangers van de Engelse rasstandaard geen andere keuze wordt gelaten een eigen vereniging op te richten. Dit met het doel de Schotse Herdershond langhaar te fokken volgens de Engelse rasstandaard, waarbij tevens wordt gewaakt over de gezondheid van dit zo geliefde ras. Dit is in het kort onze prille geschiedenis.

sponsor NCC

Leden login

bezoekers

134597